Het atrium als huiskamer van de Eendragtshof

“Er is altijd wel iemand die koffie zet”

Bij het aanbellen klinkt er direct een vrolijke stem door de intercom: “Kom maar binnen, je moet op de tweede verdieping zijn.” Het typeert de sfeer in de Eendragtshof. Boven aangekomen met de lift, toont een blik naar beneden in het atrium een levendige scène: verschillende huurders uit het appartementengebouw zitten aan lange tafels, er wordt gelachen en fanatiek gesjoeld.

Aan het einde van de binnengalerij staat Peter Kattestaart gastvrij klaar. Tijdens het gesprek wordt al snel duidelijk wat zijn rol is in het gebouw. “We zitten hier meerdere keren per week bij elkaar”, vertelt hij. “Gewoon, omdat het gezellig is.” Contact maken gaat hem makkelijk af. “Ik maak snel een praatje”, zegt hij. “Ik praat nog tegen een lantaarnpaal als het moet.” Humor helpt daarbij, iets wat hij ook meenam uit zijn tijd als politieagent. “Collega’s zeiden vroeger: jij kunt dingen zeggen waar wij een klap voor onze hersens voor zouden krijgen.”

Van Rozenburg naar Zevenhuizen
Peter en zijn vrouw Joke woonden veertig jaar in Rozenburg. “Maar het werd daar steeds minder sociaal”, vertelt hij. “Minder contact, meer gedoe… het gevoel was er een beetje uit.” Via hun dochter, die in Zevenhuizen woont, kwamen ze hier al regelmatig. “We dachten steeds vaker: dit voelt goed. Hier zouden we best willen wonen.” In oktober 2024 verhuisden ze naar de Eendragtshof, een bijzonder appartementencomplex waar Newomij 28 twee- en driekamerappartementen verhuurt. Hun verhuizing had ook een praktische reden: Joke kon de trap niet meer goed op. De eerste periode stond in het teken van wennen. “Nieuwe omgeving, nieuwe mensen”, zegt Peter. “Als je het fijn wilt hebben, moet je er zelf ook iets voor doen.”

Hart van het gebouw
Het grote atrium vormt het kloppend hart van het gebouw. Een lichte, hoge ruimte met lange tafels, waar bewoners elkaar ontmoeten. Toch was dat niet altijd zo, vertelt Peter. “In het begin werd deze ruimte nauwelijks gebruikt. Ja, met de nieuwjaarsreceptie. Maar verder bleef het stil.”

Samen met Joke, buurvrouw Jannie Noorlander en buurman Joop Righarts bracht hij daar verandering in. “We zijn gewoon begonnen. Een sjoelmiddag, een kop koffie, kijken wie er aanhaakt.” Dat sloeg aan: bij de eerste activiteiten deed meteen een grote groep huurders mee. Inmiddels is het uitgegroeid tot een vaste ontmoetingsplek waar meerdere keren per week iets gebeurt. “Er is altijd wel iemand die koffie zet, een ander die iets meeneemt. En na afloop blijven we vaak nog even zitten. De gesprekken die dan plaatsvinden zijn het meest waardevol.”

Samen bouwen aan een thuis
Peter vormt samen met Joop de bewonerscommissie en zet zich actief in voor de activiteiten in het gebouw. Ze zijn ook het aanspreekpunt richting Newomij voor alles wat zich in en rondom het gebouw afspeelt. “We zijn geen conciërges of klusjesmannen, maar we kijken wel naar wat er nodig is om het hier prettig te maken.” Ideeën komen vaak vanuit de huurders, waarna Newomij helpt om ze mogelijk te maken. “We trekken daarin samen op”, zegt Peter. Een concreet voorbeeld zijn de gordijnen in het atrium. “In de winter was het hier echt koud. Door de hoogte bleef de warmte niet hangen.” De bewoners namen het initiatief, Newomij zorgde voor de financiering. “Sindsdien is het hier een stuk aangenamer. Echt een dikke pluim voor Newomij op dat gebied.”

Ook op andere manieren draagt Newomij bij aan het woonplezier. Zo konden de appartementenbewoners een dartbord aanschaffen en ophangen en kregen zij een grote kunstkerstboom cadeau. “Met kerst maken we er hier echt iets moois van”, vertelt Peter. “Het atrium wordt dan helemaal versierd. Dat geeft veel sfeer.” Op dat vlak loopt de samenwerking tussen verhuurder Newomij en de bewonerscommissie goed en is de tevredenheid groot. “Maar,” zegt Peter, “ik wil mijn verhaal wel eerlijk houden. Er ligt ook nog een lijstje met punten en problemen die wij als huurders hebben aangegeven. De terugkoppeling op onze meldingen mag nog beter en sneller. Dit is inmiddels ter harte genomen binnen Newomij.”

Oog voor elkaar
In de Eendragtshof kijken de huurders als goede buren naar elkaar om. “Als iemand ziek is, helpt een ander”, zegt Peter. “Een boodschapje, een vuilniszak buiten zetten… dat soort dingen.” Hij helpt zelf ook regelmatig bewoners met praktische zaken, zoals het aanvragen van een rijbewijs of huurtoeslag. “Dat gaat vanzelf.”

Een hechte gemeenschap
Wat begon als een weinig gebruikte ruimte, is uitgegroeid tot een plek waar bewoners elkaar kennen en opzoeken. “We hebben het hier met elkaar mooi voor elkaar”, zegt Peter. Tegelijkertijd ziet hij nog kansen. “Het zou mooi zijn als nog meer mensen actief meedoen.” Het atrium is daarmee meer dan een gezamenlijke ruimte: het is de huiskamer van het gebouw geworden.

Zijn spontaniteit en betrokkenheid deelt Peter met Joke. Wanneer we na het gesprek naar het inmiddels lege atrium lopen, horen we haar stem boven. Even later komt ze naar beneden om gedag te zeggen. Na meer dan vijftig jaar samen zijn ze duidelijk op elkaar ingespeeld: even hartelijk, even toegankelijk.

Ondertussen maakt Peter alweer een praatje met een nieuwe huurder van 91 jaar. De man glimlacht en zegt: “Jullie zijn hier echt de sfeermakers. Ik ben blij met jullie.” Eenzaam hoef je niet te zijn als je in de Eendragtshof woont. “Het samenzijn gaan we hier niet uit de weg,” voegt Peter nog toe, “maar het is ook zeker geen verplichting.”